Surah ke-17 · 111 ayat

AL ISRAA' (MEMPERJALANKAN DI MALAM HARI) — Ayat 13

13

وَكُلَّ إِنسَانٍ أَلْزَمْنَاهُ طَآئِرَهُ فِي عُنُقِهِ وَنُخْرِجُ لَهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ كِتَابًا يَلْقَاهُ مَنشُورًا

Het noodlot van iederen mensch hebben wij om zijn hals bevestigd, en op den dag der opstanding zullen wij hem een boek toonen, waarin zijne daden zijn vermeld en dat hem geopend zal worden aangeboden.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En Wij hebben ieders daden aan zijn hals vastgemaakt. Hij wordt specifiek genoemd omdat de binding daarin sterker is. Mujahid zei: Er is geen pasgeborene die geboren wordt zonder dat er aan zijn hals een papiertje hangt waarop geschreven staat of hij ongelukkig of gelukkig is. En Wij zullen voor hem op de Dag der Opstanding een boek tevoorschijn brengen waarin zijn daden geschreven staan, dat hij opengevouwen zal aantreffen. Twee beschrijvingen van een boek.