AL HUJURAAT (KAMAR-KAMAR) — Ayat 1
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تُقَدِّمُوا بَيْنَ يَدَيِ اللَّهِ وَرَسُولِهِ وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
O ware geloovigen! loopt de bevelen van God en zijn gezant niet vooruit, en vreest God; want God hoort en weet alles.
Tafsir
O jullie die geloven, ga niet vooruit, van de wortel die 'vooruitgaan' betekent, dat wil zeggen, ga niet vooruit in woord of daad, voor God en Zijn Boodschapper, die Zijn boodschap overbrengt, zonder hun toestemming. En vrees God. Voorwaar, God hoort jullie woorden en kent jullie daden. Dit werd geopenbaard met betrekking tot de discussie tussen Abu Bakr en Umar, moge God tevreden met hen zijn, in de aanwezigheid van de Profeet, moge God hem zegenen en vrede schenken, over de aanstelling van Al-Aqra' bin Habis of Al-Qa'qa' bin Ma'bad als leider, en het werd geopenbaard met betrekking tot degenen die hun stem verhieven in de aanwezigheid van de Profeet, moge God hem zegenen en vrede schenken.