Surah ke-89 · 30 ayat
AL FAJR (FAJAR) — Ayat 15
15
فَأَمَّا الْإِنسَانُ إِذَا مَا ابْتَلَاهُ رَبُّهُ فَأَكْرَمَهُ وَنَعَّمَهُ فَيَقُولُ رَبِّي أَكْرَمَنِ
Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is. Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.
Tafsir
Wat de mens betreft, de ongelovige zegt: "Wanneer zijn Heer hem beproeft en hem eert met rijkdom en andere dingen, en hem zegent, zegt hij: 'Mijn Heer heeft mij geëerd.'"