Surah ke-1 · 7 ayat
AL FAATIHAH (PEMBUKAAN) — Ayat 4
4
Tafsir
Dat wil zeggen, de beloning, namelijk de Dag des Oordeels. Deze werd specifiek genoemd omdat niemand er schijnbaar heerschappij over heeft behalve God de Almachtige, zoals blijkt uit {Van wie is de heerschappij vandaag? Die behoort aan God toe}. En wie "Malik" leest, dan betekent dit dat de hele kwestie zich op de Dag des Oordeels afspeelt, of Hij wordt altijd als zodanig beschreven. {Zoals de Vergever van zonden}, dus het is correct dat het voorkomt als een kenmerk van kennis.