Surah ke-21 · 112 ayat

AL ANBIYAA' (NABI-NABI) — Ayat 22

22

لَوْ كَانَ فِيهِمَا آلِهَةٌ إِلَّا اللَّهُ لَفَسَدَتَا فَسُبْحَانَ اللَّهِ رَبِّ الْعَرْشِ عَمَّا يَصِفُونَ

Maar het zij verre van God wat zij nopens hem uitdenken; nopens hem, den Heer van den troon.

Tafsir Ibnu Katsir