Surah ke-21 · 112 ayat

AL ANBIYAA' (NABI-NABI) — Ayat 2

2

مَا يَأْتِيهِم مِّن ذِكْرٍ مَّن رَّبِّهِم مُّحْدَثٍ إِلَّا اسْتَمَعُوهُ وَهُمْ يَلْعَبُونَ

Er komt geene waarschuwing tot hen van hunnen Heer, die hun onlangs in den Koran werd geopenbaard, of als zij die hooren, maken zij haar tot een voorwerp van hunnen spot.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{Er komt geen herinnering tot hen van hun Heer, die geleidelijk geopenbaard wordt}, waarmee bedoeld wordt dat de woorden van de Koran {behalve dat ze ernaar luisteren terwijl ze spelen} bespot worden.