Surah ke-21 · 112 ayat

AL ANBIYAA' (NABI-NABI) — Ayat 102

102

لَا يَسْمَعُونَ حَسِيسَهَا وَهُمْ فِي مَا اشْتَهَتْ أَنفُسُهُمْ خَالِدُونَ

Zij zullen niet het minste gedruisch er van hooren, en zij zullen eeuwig de gelukzaligheid genieten, welke hunne zielen begeeren.

Tafsir Ibnu Katsir