Surah ke-51 · 60 ayat

ADZ DZAARIYAAT (ANGIN YANG MENERBANGKAN) — Ayat 37

37

وَتَرَكْنَا فِيهَا آيَةً لِّلَّذِينَ يَخَافُونَ الْعَذَابَ الْأَلِيمَ

Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.

Tafsir Ibnu Katsir