Surah ke-51 · 60 ayat
ADZ DZAARIYAAT (ANGIN YANG MENERBANGKAN) — Ayat 28
28
فَأَوْجَسَ مِنْهُمْ خِيفَةً قَالُوا لَا تَخَفْ وَبَشَّرُوهُ بِغُلَامٍ عَلِيمٍ
En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.