Surah ke-44 · 59 ayat

AD DUKHAAN (KABUT) — Ayat 22

22

فَدَعَا رَبَّهُ أَنَّ هَؤُلَاء قَوْمٌ مُّجْرِمُونَ

En toen zij hem van bedrog beschuldigden, riep hij zijn Heer aan, zeggende: Dit is een zondig volk.

Tafsir Ibnu Katsir